Verantwoord ondernemen? De rapportage verplicht!

Nieuws

Verantwoord ondernemen? De rapportage verplicht!

30 mei 2023

De afgelopen maanden is er veel gezegd, geschreven en ook geklaagd over het wetsvoorstel ‘Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen’.

De vraag rijst of in de reacties de juiste accenten worden gelegd. Enige uitleg kan daarom geen kwaad. Vooral ook om daarna de risico's te kunnen doordenken.

Bloos, Marianne-Houthoff_X

Marianne Bloos, of counsel, Investigations & Public Enforcement praktijk, Houthoff

Om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen zijn in Europa beleidsinitiatieven geïnitieerd - de Green Deal - die ertoe moeten leiden dat de EU in 2050 klimaatneutraal is. Onderdeel daarvan is dat investeringen gericht worden op duurzame activiteiten.

Om de financiële sector in staat te stellen de afweging voor deze investeringen te maken en daarmee de doelen te halen, moeten bedrijven inzicht geven in hun mate van duurzaamheid, het beleid dat ze daarop hebben, de strategie, de acties en implementatie.

CSRD: Corporate Sustainability Reporting Directive

Over het inzicht dat bedrijven moeten geven gaat de CSRD: Corporate Sustainability Reporting Directive. Grote ondernemingen moeten een niet-financiële verklaring opnemen in hun jaarverslaggeving waarin zij ingaan op onder andere milieu-, sociale en personeelsaangelegenheden. Het doel van de CSRD is om de niet-financiële rapportage te verbeteren.

Duurzaamheidsverslaggeving moet inzicht geven in de impact van duurzaamheid op de onderneming, maar ook in de impact van de onderneming op de omgeving. Het gaat dus om twee invalshoeken.

De duurzaamheidsstandaarden waarover de onderneming moet rapporteren zijn uitgewerkt. Sommige standaarden gelden voor alle ondernemingen, sommige zijn afhankelijk van de impact van het bedrijf en andere zijn sectorspecifiek. Over milieu geldt bijvoorbeeld dat iedereen moet rapporteren over ‘climate change’, maar de onderwerpen ‘vervuiling, watergebruik, biodiversiteit en ecosystemen, grondstofgebruik en circulaire economie’ zijn afhankelijk van de materialiteit.

CSDDD: Corporate Sustainability Due Diligence Directive

De conceptrichtlijn CSDDD: Corporate Sustainability Due Diligence Directive heeft net als de CSRD tot doel om ondernemingen aan te zetten tot het in kaart brengen van negatieve effecten van de activiteiten op mens en milieu, maar gaat nog een stap verder. Op grond van deze richtlijn worden bepaalde grote ondernemingen verplicht de feitelijke of potentiële negatieve effecten van hun eigen activiteiten en die van hun internationale waardeketen niet alleen in kaart te brengen, maar ook zoveel als mogelijk te voorkomen of te verhelpen.

Het wetsvoorstel voor de Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen vertoont grote overeenkomsten met de CSDDD. Hoewel het kabinet het wetsvoorstel niet steunt, is het gezien de conceptrichtlijn, alleen een kwestie van uitstel en niet van afstel.

Implicaties van de veranderingen

Op het wetsvoorstel ‘Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen’ is veel kritiek. Allereerst op de algemene zorgplicht. Die zou vaag zijn. Dat zie ik anders. De algemene zorgplicht sluit aan bij bestaande richtlijnen van internationale organisaties als de OESO en de Verenigde Naties. Bovendien zijn er bestaande algemene zorgplichten, zoals in de Wet milieubeheer. En de rapportageplicht sluit aan bij bestaande wetgeving voor niet-financiële rapportages in het jaarverslag.

Ook zijn zorgen geuit over vervolging van bestuurders. Maar overtreding van de zorgplicht is in dit wetsvoorstel niet strafbaar gesteld. In het Nederlandse wetsvoorstel moet de ACM erop toezien dat er wordt gerapporteerd. Zij kan bestuurlijke boetes uitdelen. Het voorstel kent maar één verplichting waarvan de overtreding kan leiden tot strafrechtelijke gevolgen, en dat is de rapportageplicht. Diegene die stelselmatig weigert te rapporteren, riskeert een gevangenisstraf van zes maanden. De rapportageplicht rust overigens niet op het bestuur, maar op de onderneming. Bestuurders zullen daarom alleen kunnen worden vervolgd als hun persoonlijk een verwijt kan worden gemaakt voor de overtreding die de onderneming begaat. De lat ligt dus hoger dan in bijvoorbeeld de Wwft, waar bestuurders van banken expliciet zelf verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Wwft.

Risico's

‘Bedrijven huilen krokodillentranen om zorgplicht’, aldus Dieperink en Bleeker in het FD.

Ik zou het anders zeggen. De risico's zitten inderdaad niet in de algemene zorgplicht, maar ze zijn er wel. De verleiding om een goed programma te presenteren kan groot zijn. Maar een verkeerde voorstelling van zaken kan – in het uiterste geval - leiden tot greenwashing/misleiding. En daar kan civielrechtelijk, bestuursrechtelijk en strafrechtelijk tegen worden opgetreden, met alle juridische, commerciële en publicitaire risico’s van dien.

De onderneming moet een goede governance hebben waarbij fundamenteel aandacht is voor de informatiekwaliteit. Het bedrijf moet feitelijk rapporteren, niet ‘gewenst’. En met de feiten moet de onderneming iets doen. Er is niet alleen een rapportageplicht, het is ook zo dat de rapportage verplicht: wetenschap levert nieuwe uitdagingen en risico's op.

Een gedachteoefening: een bedrijf zit in de houthandel en nieuwsartikelen signaleren dat het hout, hoewel voorzien van de juiste papieren, misschien toch illegaal wordt gekapt. Eigen onderzoek levert daarover onvoldoende duidelijkheid op, maar ook geen garanties en duidelijk is wel dat de nieuwsberichten en rapporten van milieuorganisaties er niet goed uitzien.

Wat betekent nu het feit dat de onderneming heeft gerapporteerd over duurzaamheidsfactoren? Wat moet de onderneming met de onduidelijkheid, hoe ver gaat de onderzoeksplicht? Loopt de onderneming het risico op het verwijt betrokken te zijn bij strafbare feiten in het buitenland, ook al is dat op basis van eigen onderzoek niet direct komen vast te staan?

Milieudelicten

Op 1 december 2020 is in Nederland het gewijzigde Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht in werking getreden. Dit maakt dat voor enkele milieudelicten gepleegd in het buitenland in Nederland kan worden vervolgd en ook dat de Nederlandse strafwet van toepassing is op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan opzetwitwassen. Voor vervolging in Nederland voor witwassen is niet meer vereist dat een misdrijf ook in het buitenland strafbaar moet zijn of dat het witwassen ook in Nederland moet hebben plaatsgevonden.

De onderneming loopt dan dus grote commerciële, publicitaire en mogelijk ook strafrechtelijke risico's. NGO's of belangengroeperingen doen immers steeds vaker aangifte.

Die risico’s worden groter als het duurzaamheidsbeleid niet voldoende effectief blijkt. Duurzaamheid staat hoog op de politieke beleidsagenda, maar overeenstemming over de uitvoering en de daadwerkelijke realisering komen moeizaam op gang. Naarmate de beleidsdoelen niet (tijdig) lijken te kunnen worden gerealiseerd, loopt de druk op, zowel politiek als vanuit allerlei groeperingen die zich non-gouvernementeel of activistisch inzetten voor duurzaamheid. Onder die druk zal nadrukkelijk worden gekeken naar de verplichtingen en eigen initiatieven van de financiële sector en ondernemingen en zal er af en toe een schandaal worden gebruikt om het falen af te wentelen op banken en het bedrijfsleven.

Risicobeheersing

Duurzaamheid is een groot goed en de doelen die worden gesteld in alle guidelines en verdragen zijn het waard om te worden gehaald. Ook de plannen om dat in gezamenlijkheid te realiseren, verdienen steun. Maar in een gejuridiseerde samenleving, waarin vaak gedacht wordt in termen van schuld en aansprakelijkheid en waar communiceren over belangenconflicten in termen van schandalen en tegenstellingen garant staat voor aandacht, is het ook van belang de risico's te doordenken.

Het ligt voor de hand dat gezamenlijke betrokkenheid op de klimaatdoelen en een verstandhouding van gezamenlijke verantwoordelijkheid en elkaar versterken in plaats van lasten op anderen af te wentelen, de meest effectieve weg is naar doelrealisatie en risicobeheersing.

Een makkelijk actueel voorbeeld: als bouwbedrijven de duurzaamheidsfactoren in kaart moeten brengen en potentiële of daadwerkelijke negatieve effecten moeten identificeren, voorkomen, beperken of beëindigen, wordt dan duurzaamheid niet op het bedrijfsleven afgewenteld als de overheid zaken blijft doen met landen waar die negatieve effecten zich voordoen? Mogen we geen stadions bouwen in Qatar, maar mogen we er wel voetballen en op de viptribune zitten? Of gaan ondernemingen en overheid elkaar versterken?

Veel ondernemingen hebben de ambitie om duurzaam te opereren. Het klinkt misschien minder wervend, maar de ambitie voor de kwaliteit van rapporteren moet even groot zijn om die duurzaamheidsdoelen te behalen en de risico’s voor de onderneming te beheersen.

Sluiten