‘Bedrijfsjuristen willen de contracten simpeler, maar doen het niet’

Nieuws

‘Bedrijfsjuristen willen de contracten simpeler, maar doen het niet’

2 mei 2023

De laatste jaren zag Marcel Ruygvoorn, advocaat en hoogleraar contractenrecht, commerciële contracten steeds omvangrijker en ingewikkelder worden. Hij zette een enquête uit onder een representatieve 

Onderzoek onder bedrijfsjuristen en GC naar commerciële contracten

De laatste jaren zag Marcel Ruygvoorn, advocaat en hoogleraar contractenrecht, commerciële contracten steeds omvangrijker en ingewikkelder worden. Hij zette een enquête uit onder een representatieve groep bedrijfsjuristen en general counsels, onder wie NGB-leden. De uitkomsten zijn verrassend.

VBK Ruygvoorn, Marcel Zakelijk _zon

Marcel Ruygvoorn, advocaat Van Benthem & Keulen en hoogleraar contractenrecht, Universiteit Utrecht

Marcel Ruygvoorn werkt ruim dertig jaar in het commerciële contractenrecht. In de enquête legde hij de ondervraagden de stelling voor: ‘Commerciële contracten zijn de afgelopen tien jaar juridisch inhoudelijk steeds complexer geworden.’ Bijna 90% vond dat inderdaad het geval. Met de stelling ‘Veel juridische contracten zijn onnodig juridisch inhoudelijk complex opgesteld.’ was ongeveer 85% van de ondervraagden het eens. Doordat contracten steeds omvangrijker en ingewikkelder worden, stijgen de transactiekosten, de totale kosten om tot de contractsluiting te komen, veronderstelde Ruygvoorn. Eens, antwoordde 85% van de ondervraagden.

De respondenten noemden vooral drie oorzaken:

  • Angelsaksische invloeden;
  • Toegenomen wet- en regelgeving;
  • En vooral: de wens van de directie / commercie om alle mogelijke risico’s zoveel mogelijk bij de contractspartner neer te leggen.

Simpeler contracteren

‘We hebben mijn hypothese dat we elkaar het leven op het gebied van het commercieel contracteren steeds lastiger maken, bevestigd gezien’, zegt Marcel Ruygvoorn. ‘Een overweldigende meerderheid is het daarmee eens. En we hebben een aantal oorzaken daarvan de revue zien passeren. De logische vervolgvraag is: wat vinden we daar dan met elkaar van? Dat heb ik de respondenten voorgelegd in de vorm van de vraag of er behoefte bestaat om op minimalistischer wijze te contracteren.’

In de enquête is dat omschreven als de wens om zo min mogelijk af te wijken van de wettelijke regelingen en alleen de echt wezenlijke punten te regelen, in combinatie met het gebruik van zo min mogelijk juridisch jargon. Op de vraag of daar concreet invulling aan wordt gegeven, antwoordt nog geen derde bevestigend: 29%. Aan degenen die melden dat zij nog niet met, kort gezegd, simpeler contracten werken, stelde Ruygvoorn de vraag, of zij daarmee zouden willen experimenteren. Ruim twee derde wil dat wel, en 37% antwoordt zelfs met een tien (op een schaal van 1-10): die willen daar absoluut mee experimenteren.

‘Bedrijfsjuristen willen dus graag met simpeler contracten experimenteren, maar ze doen het niet’, ziet Ruygvoorn. ‘Dat vond ik een van de opvallendste uitkomsten van het onderzoek. Waarom doen niet meer bedrijfsjuristen dat? Op die vraag wil ik nog terugkomen, mogelijk in diepte-interviews met een aantal bedrijfsjuristen en general counsels.’

Afwijken in je nadeel

Ruygvoorn bood tijdens het onderzoek respondenten de mogelijkheid standaardcontracten waar zij zelf mee werken, te uploaden. Zo kon hij onderzoeken hoe het streven om zo volledig mogelijk te zijn in commerciële contracten (een andere oorzaak voor steeds dikkere en complexere contracten die uit het onderzoek naar voren komt), in de praktijk uitwerkt.

‘Opvallend is dat sommige bepalingen in standaardcontracten en voorwaarden lijken aan te sluiten bij de wet, maar daar net zó van afwijken dat de bepaling juist in het nadeel werkt van de partij die de bepaling eigenlijk beoogde te beschermen’, zegt Ruygvoorn.  ‘Zo zien we bijvoorbeeld regelmatig de tekst terugkomen waarin gestipuleerd wordt dat de wederpartij aansprakelijk is voor toerekenbare tekortkomingen van die wederpartij. Daarmee haal je de stelplicht en bewijslast van de toerekenbaarheid naar je toe, terwijl volgens de wet het juist aan de wederpartij is om te stellen (en bij tegenspraak te bewijzen) dat er sprake is van overmacht. In dat geval had je dus beter helemaal niets kunnen regelen op het punt van aansprakelijkheid en kunnen terugvallen op de wettelijke formulering.’

Ruygvoorn concludeert in zijn onderzoek onder meer: de wet regelt meer dan je denkt; regel alleen wat belangrijk is om te regelen. Wil je iets contractueel regelen hoewel de wet er al in voorziet, bedenk dan dat een van de wet afwijkende formulering wel eens meer vragen en dus onzekerheid en potentiële geschillen kan oproepen dan het weglaten van de beoogde bepaling.

(Tekst: Henriette van Wermeskerken)

 

Marcel Ruygvoorn heeft op 7 maart zijn oratie uitgesproken met als titel ‘Less is more, voldoet ons contractenrecht nog?’
Marcel is sinds 1996 advocaat en sinds 2004 partner bij Van Benthem & Keulen.  Voordat hij advocaat werd, was hij bedrijfsjurist bij de Koninklijke Shell Groep. Behalve advocaat is Marcel hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, waarbij hij invulling geeft aan de Leerstoel ‘Nationaal en internationaal commercieel contracteren’ bij de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie.

Lees de oratie 

Onderzoeksresultaten

Sluiten