Modernisering en digitalisering rechtspraak.

Op 1 februari 2018 vond de NGB Extra plaats met het thema: ‘Modernisering en digitalisering rechtspraak. De eerste lessen van KEI.’ Gedurende de bijeenkomst praatten Mariska Kool (foto links) en Femke Leopold (foto rechts) van Loyens & Loeff de aanwezige bedrijfsjuristen en advocaten in dienstbetrekking bij over KEI en de eerste ervaringen met digitaal procederen. 

(Femke Leopold) (Mariska Kool)

Stand van zaken KEI
Sinds 1 september 2017 zijn de Rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland in civiele handelszaken met verplichte procesvertegenwoordiging (dus niet-zijnde kantonzaken) overgegaan op KEI. In die zaken geldt het KEI-procesrecht en wordt er digitaal geprocedeerd. In oudere civiele procedures bij deze rechtbanken en bij de overige rechtbanken wordt nog volgens het ‘oude’ procesrecht geprocedeerd. Digitalisering en vereenvoudiging van procedures moet de rechtspraak begrijpelijker en sneller maken. De realisatie van het programma gaat echter minder voorspoedig dan verwacht. Begin januari 2018 bleek dat de verdere uitrol van KEI forse vertraging oploopt. In de tussentijd geldt dat KEI wel al belangrijke wijzigingen in de civiele procedure meebrengt. Die zijn tijdens de bijeenkomst aan de orde gekomen en de sprekers hebben naar aanleiding van de eerste ervaringen met KEI praktische en juridische ‘tips & tricks’ gedeeld.

Hoe gaat het nu in zijn werk? 
Onder KEI verdwijnen termen als dagvaarding en conclusie van antwoord en ook de aloude rol wordt opgedoekt. Termijnen uit het rolreglement zijn wettelijke termijnen geworden en procederen verloopt voortaan digitaal. Voor de ‘procestijgers’ zijn de wijzigingen leerzaam en spannend, maar in de praktijk zorgt KEI ook voor onduidelijkheid. Anticiperen is volgens de sprekers het toverwoord: signaleer tijdig of KEI speelt en schakel in die gevallen zo vroeg mogelijk met advocaten (en/of met de deurwaarder) en laat het niet op het laatste moment aankomen.

De procesinleiding – die de inhoudelijke uiteenzetting van het geschil omvat – is de eerste stap in de basisprocedure onder KEI. Daarmee is de eiser er nog niet. Er moet ook een oproepingsbericht komen waarmee verweerder wordt opgeroepen en beide stukken moeten aan de verweerder worden bezorgd. Hier vind je misschien wel de belangrijkste wijziging onder KEI want daarbij kan de eiser voortaan twee routes kiezen: die van artikel 112 Rv of die van artikel 113 Rv. In de eerste route meldt de eiser de zaak eerst bij de rechtbank en laat hij daarna het oproepingsbericht informeel bezorgen of betekenen (art. 112 Rv). Het alternatief is dat de eiser eerst het oproepingsbericht laat betekenen – informeel bezorgen is hier geen optie – en hij vervolgens de zaak aanmeldt bij de rechtbank (art. 113 Rv). Op de verschillen tussen de routes is tijdens de bijeenkomst uitgebreid ingegaan. Een belangrijk punt daarbij is dat een KEI-zaak aanhangig is vanaf het moment van het melden van de procedure bij de rechtbank. Dit aspect zal de aangewezen route vaak bepalen en in veel gevallen zal de keuze voor de route van art. 112 Rv de ‘veilige weg’ zijn.

Meer in De Bedrijfsjurist
In de komende Bedrijfsjurist, die begin maart verschijnt, staat een langer artikel van advocaten van Loyens & Loeff over KEI.